Het onderhuidse vetweefsel (subcutis)
De subscutis (sub = onder; cutis = huid in het Latijn) is het onderhuidse vetweefsel. Het weefsel bestaat uit sponsachtig bindweefsel waarin adipocyten (vetcellen), die energie opslaan, verspreid liggen.
De vorming en de functie van het onderhuidse vetweefsel
Vetcelclusters
Vetcellen zijn gegroepeerd in grote kussenachtige clusters die door collageenvezels (bindweefsel-septa of tussenschotten genoemd) op de plaats worden gehouden.
Voeding, isolatie en bescherming
Door het onderhuidse vetweefsel lopen veel bloedvaten die indien nodig snel opgeslagen voedingsstoffen kunnen leveren. Afgezien van opslag van voedingsstoffen in de vorm van vloeibare vetten (i), biedt het onderhuidse vetweefsel het lichaam ook isolatie tegen kou en bescherming tegen stoten. In de handpalmen en op de voetzolen en het zitvlak dient het vetkussen bijna uitsluitend voor het opvangen van stoten.
Vetverdeling bij mannen en vrouwen
Het vetgehalte van het onderhuidse vetweefsel is niet in alle lichaamsdelen hetzelfde. De verdeling van onderhuids vet is bovendien ook verschillend bij mannen en vrouwen. Cellulitis bijvoorbeeld, ontstaat door een speciale indeling van de tussenschotten van het onderhuidse vetweefsel en de voorkeur voor vetophoping op de heupen, dijen en billen. Dit komt vooral voor bij vrouwen. Bij mannen wordt het vet vooral in de romp opgeslagen.






