De lederhuid (dermis of corium)
De lederhuid (derm of corium = huid in het Grieks) vormt een duidelijke scheiding met de opperhuid en een minder duidelijke scheiding met het onderhuidse vetweefsel (subcutis).

1 Papillaire laag
2 Basismembraan
3 Basiscellen
4 Opperhuid
De vorming en functie van de lederhuid
De papillaire laag (stratum papillare) en de netvormige laag (stratum reticulare)
De netvormige laag of stratum reticulare (stratum = laag; reticular = netvormig in het Latijn) vormt het onderste deel van de lederhuid en gaat bijna ongemerkt over in het dieper gelegen onderhuidse vetweefsel. De papillaire laag of stratum papillare (papillae = uitsteeksel in het Latijn) is de bovenlaag en vormt een duidelijke, golvende scheiding met de opperhuid. De golvende structuur vergroot het contactgebied met de opperhuid, waardoor de bloedvaten die door de papillaire laag lopen de onderste epitheellaag van de opperhuid – de basiscellen - optimaal voeden.
Het bindweefsel van de lederhuid
Het belangrijkste bestanddeel van de lederhuid is het eiwitachtige bindweefsel dat bestaat uit boogvormige, elastische vezels en golvende, nauwelijks buigbare collageenvezels. Deze geven de lederhuid zijn hoge elasticiteit en stevigheid.
Jonge verbindingen van collageenvezels en glycosaminoglycane kunnen zeer grote hoeveelheden water vasthouden en bepalen zo de hoge intrinsieke veerkracht van de jonge huid. Naarmate de huid ouder wordt, vertakken de collageenvezels zich sneller en neemt het vochtvasthoudende vermogen van de huid af. De huid krijgt rimpels.
Bindweefsel, glycosaminoglycanen en het vochtvasthoudende vermogen
In de tussenruimtes van het vezelnetwerk in de lederhuid bevindt zich een soort ‘vulmassa’ van lange ketens van suikermoleculen (polysacchariden; poly = veel, sacchar = suiker in het Grieks). Deze worden glycosaminoglycanen (of mucopolysacchariden) genoemd. Met behulp van fibronectinen, een soort ‘lijm’, worden deze glycosaminoglycanen met het eiwitachtige bindweefsel verbonden, zodat proteoglycanen ontstaan die watermoleculen kunnen binden. Deze gelachtige structuur werkt als een soort spons en kan onder druk het water afgeven en in een omgekeerd proces weer opnemen. Waarschijnlijk wordt de lederhuid via dit proces van voedingsstoffen voorzien.
Hyaluronzuren (hyalo = glas in het Grieks) vallen onder de groep glycosaminoglycanen en vormen dus een waterbindend element in het bindweefsel. In tegenstelling tot nieuwe collageenvezels, die alleen worden aangemaakt als dat nodig is, zoals bij verwonding van de huid, worden Glycosaminoglycanen constant aangemaakt en afgebroken.
Andere onderdelen van de lederhuid zijn verschillende soorten cellen zoals de fibroblasten, mestcellen en andere weefselcellen alsook talloze bloed- en lymfevaten, zenuwuiteinden, warmte- en koudereceptoren en tastorganen.




