De vochtarme huid
Een belangrijk kenmerk van de vochtarme huid is dat deze minder water bevat. Als het vochtgehalte van de hoornlaag lager wordt dan 8 à 10%, wordt de huid droog, ruw en gebarsten. Omdat de gezichtshuid meer wordt blootgesteld aan de omgeving, verliest dit deel van de huid meer vocht dan andere delen van de huid. Het vocht in de hoornlaag van de huid is afkomstig uit de diepere huidlagen (transepidermaal waterverlies) en van normale transpiratie. Als de natuurlijke vochtvasthoudende factoren (i) (NMF’s) van de huid niet goed werken of bij extreme weersomstandigheden raakt de huid meer vocht kwijt. De huid wordt droog, gaat trekken en kan bijna geen voedende crèmes opnemen.
Het probleem
Als het lichaam zelf niet in staat is het vochtgehalte door middel van de natuurlijke vochtvasthoudende factoren (i) (NMF) voldoende op peil te houden, wordt de huid minder soepel en verliest hij ook zijn beschermende functie. De huid wordt droog en gebarsten en kan zijn barrièrefunctie niet meer naar behoren uitoefenen. Hierdoor hebben externe factoren meer invloed en neemt het transepidermale vochtverlies toe.
Voor een goede verzorging van een vochtarme huid is het dus vooral van belang dat niet alleen vocht wordt ingebracht, maar ook vochtvasthoudende factoren (i), zoals aminozuren. In de juiste samenstelling hydrateren deze hygroscopische stoffen de huid langdurig.

Weersgesteldheden hebben invloed op het vochtverlies van de huid. In een droge, hete zomer verliest de huid zeer snel vocht. Bij een hoge vochtigheidsgraad en weinig wind is het vochtverlies minder.


