De opperhuid
Als de buitenlaag van de huid vormt de opperhuid de werkelijke bescherming tegen de omgeving. De gemiddelde dikte is 0,1 mm. Op het gezicht is de opperhuid slechts 0,02 mm dik en op de voetzolen tussen 1 en 5 mm.
Op het huidoppervlak bevinden zich de poriën van de zweetklieren (100-200/cm2) en de openingen van de talgklieren (50-100/cm2). De stoffen die zij afscheiden voorzien de huid van vocht en vet en zo blijft de hydrolipidelaag behouden. De opperhuid zelf bevat geen bloedvaten. Deze wordt gevoed via de fijne bloedvaten in de papillaire laag van de lederhuid.
De opperhuid bestaat voor 90% uit keratinocyten, de eigenlijke huidcellen die bij elkaar worden gehouden door desmosomen. De opperhuid bestaat uit vijf verschillende lagen:
- Hoornlaag (stratum corneum)
- Lichtbrekende laag of glanslaag (stratum lucidum)
- Korrellaag (stratum granulosum)
- Stekelcellenlaag (stratum spinosum)
- Onderste laag (stratum basale)
Schematische weergave van de opperhuid:
bij de differentiatie veranderen de basiscellen in platte hoorncellen zonder kern.

Hoornlaag (stratum corneum)
Lichtbrekende laag of glanslaag
(stratum lucidum)
Korrellaag (stratum granulosum)
Stekelcellenlaag (stratum spinosum)
Onderste laag (stratum basale)
Basismembraan
Samenstelling van de opperhuid
Onderste laag (stratum basale)
De stratum basale (basal = basis of grond in het Latijn) is de onderste laag van de opperhuid. De cellen van de onderste laag (basiscellen) liggen direct op het basismembraan, die een duidelijke scheiding vormt tussen de lederhuid en de opperhuid. De basiscellen zijn een soort moedercellen die de huid voortdurend door celdeling (proliferatie) vernieuwen. De dochtercellen worden langzaam door de actief delende cellen naar de buitengelegen lagen geduwd, waar ze verschillende ontwikkelingsfasen doorlopen. De onderste laag bevat ook de melanocyten, de pigmentvormende cellen.
Stekelcellenlaag (stratum spinosum)
De laag boven de onderste laag is de stekelcellenlaag of stratum spinosum (spino = doorn, stekel in het Latijn). Hier worden de membraangebonden vacuolen (Odland-bodies) voor het eerst zichtbaar. Deze Odland-bodies bevatten de voorlopers van de huidvetten in de vorm van schijfvormige (lamellaire), dubbele lipidemembranen.
Korrellaag (stratum granulosum)
De laag op de stekelcellenlaag heet de korrellaag of de stratum granulosum (granula = korrel in het Latijn), waar de verhoorning (keratinisatie) van de keratinocyten begint. Deze huidlaag heeft zijn naam te danken aan zijn uiterlijk door de aanwezigheid van de zogenoemde keratohyaliene korrels, die hoofdzakelijk zijn samengesteld uit de eiwitten profilaggrine en tussenliggende vezels van keratine.
Lichtbrekende laag of glanslaag (stratum lucidum)
De stratum lucidium wordt door zijn sterk lichtbrekende werking ook de lichtbrekende laag genoemd. De cellen zijn uitzonderlijk plat en liggen dicht tegen elkaar. De celwanden zijn niet meer herkenbaar.
Hoornlaag (stratum corneum)
De hoornlaag of stratum corneum (cornea = hoornhuid in het Latijn) is de bovenste laag van de opperhuid. Tussen de hoorncellen (corneocyten) liggen de epidermale lipiden. De hoornlaag, vooral het onderste derde deel, vormt de barrièrelaag (i), de eigenlijke beschermlaag van de huid tegen invloeden van buitenaf en vochtverlies van binnenuit.

- Beeld van een elektronenmicroscoop van afschilferende hoorncellen.






