Natuurlijke vochtvasthoudende factoren (NMF) en oppervlaktelipiden

Water is de belangrijkste stof voor de soepelheid van de huid. Het vochtgehalte van de bovenste hoornlaag van een jonge huid bestaat voor 10 tot 20 procent uit water. Zonder de natuurlijke vochtvasthoudende factoren (i) zou dit vocht zeer snel verdampen en de huid zou uitdrogen (i) en barsten.

 

Het vocht in de huid is afkomstig uit de diepere huidlagen (transepidermaal water) en van normale transpiratie. Verschillende factoren, zoals te weinig vochtvasthoudende stoffen of zeer droge lucht, kunnen leiden tot afgifte van meer vocht aan de omgeving. Vooral de lichaamsdelen die altijd meer worden blootgesteld, zoals gezicht en handen, zijn hier gevoelig voor. Onderscheid wordt gemaakt tussen actief vochtverlies, vochtverlies via de klieren (i), passief extraglandulair (i) of transepidermaal vochtverlies.


 

Water bindend ureum (i) tussen de membranen van de hoorncellen

NMF - stoffen met een speciale relatie tot water

 

Sommige lichaamseigen stoffen, de natuurlijke vochtvasthoudende factoren (i) (NMF = Natural Moisturizing Factors) genoemd, kunnen vocht in de hoornlaag vasthouden. Deze stoffen met een dergelijk bijzonder vochtvasthoudend vermogen ontstaan uit zweet en vet uit talgklieren (bijvoorbeeld ureum (i)) en bij het verhoorningsproces (i) (bijvoorbeeld pyrrolidoncarbonzuur).

De lipiden van het huidoppervlak

 

De lipiden op het huidoppervlak bestaan uit epidermale lipiden en van talg (i) afkomstige lipiden die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van de hydrolipidelaag. Een aantal vetzuren, vooral degene die afkomstig zijn uit talg (i) en alleen op de huid voorkomen, zorgt voor de antibacteriële en antischimmelwerking van het lipofiele deel van de hydrolipidefilm.